Mentoraat

Elke leerling heeft een mentor. De klassen 1, 2 en 3 hebben een klassenmentor. De mentor is de spil van de begeleiding en als zodanig het eerste aanspreekpunt voor leerlingen, collega’s en ouders. De mentor begeleidt de leerlingen met betrekking tot de studievaardigheden, maar ook in sociaal-emotioneel opzicht. Samen met de leerlingen zorgt hij voor een sfeer waarin goed gewerkt kan worden door iedereen. In alle onderbouwklassen zijn studielessen en mentoraatslessen ingeroosterd. Als de mentor daartoe aanleiding ziet, kan hij via de zorgcoördinator een andere vorm van begeleiding zoeken zoals studiebegeleiding, dyslexiebegeleiding of een faalangsttraining. Ouders worden lopende dit proces hiervan op de hoogte gesteld.

In klas 1 wordt tijdens de uren met de mentor gewerkt aan studievaardigheden en er worden ook schoolactiviteiten zoals projecten voorbereid. Er is tijd om stil te staan bij de sfeer in de klas, de omgang met elkaar enzovoort.

In klas 2 zijn er studielessen waarin aandacht is voor het 'leren leren' naast mentorlessen. In deze lessen wordt aandacht geschonken aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Soms draait het in deze uren om de klas als groep en soms juist om de individuele leerling. Een aantal uren is bestemd voor het voeren van individuele, voortgangsgesprekken.

In klas 3 komt uiteraard de profielkeuze uitgebreid aan de orde.  Een belangrijk thema in het programma is ‘kiezen’. Naast de profielkeuze worden jongeren van 14, 15 jaar immers frequent geconfronteerd met keuzemomenten.

In de bovenbouw begeleidt de mentor een groep leerlingen op het gebied van studievaardigheden, studievoortgang en welbevinden. Om deze begeleiding mogelijk te maken, is er ook in deze leerjaren een mentoruur ingeroosterd.